Ministerie verwerpt kritiek op nieuwe regel Brussel

15-12-2010

De kritiek op de nieuwe regel van de Europese Commissie met betrekking tot de toewijzing van sociale huurwoningen is onjuist. Er wordt hiervan in sommige media geen correct beeld geschetst. Dat stelt een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat sinds het aantreden van het kabinet Rutte Volkshuisvesting onder zijn hoede heeft.

Vanaf 1 januari moeten woningcorporaties van de Europese Commissie 90 procent van hun woningen met een huur tot 652 euro per maand toewijzen aan huishoudens met een bruto jaarinkomen tot ruim 33 duizend euro. Brussel beschouwt toewijzing van door met staatsgarantie gefinancierde corporatiewoningen aan huishoudens met een hoger inkomen als illegale staatssteun.

Volgens publicaties in De Telegraaf en de Volkskrant wordt ‘Jan Modaal’ de dupe van de nieuwe Europese regel, omdat er op de koopmarkt of de markt voor duurdere huurwoningen voor deze groep weinig betaalbaar alternatief is.

 

“In zijn algemeenheid is dit feitelijk onjuist. Dit is ook in brieven aan de Tweede Kamer aangegeven.  Als we de groep met een inkomen van 33 duizend tot 38 duizend bezien, dan blijkt dat de afgelopen paar jaren gemiddeld 50 duizend huishoudens uit deze groep zijn verhuisd”, zegt de woordvoerder van Binnenlandse Zaken.

 

“Hiervan zijn slechts ruim 17 duizend huishoudens verhuisd naar een sociale huurwoning bij een woningcorporatie. De rest heeft een koopwoning, een duurdere huurwoning of een goedkopere particuliere huurwoning betrokken. Als we daarbij bedenken dat 10 procent van de vrijkomende sociale huurwoningen ofwel ongeveer 20 duizend woningen per jaar mogen worden toegewezen aan inkomens hoger dan 33 duizend euro, dan is duidelijk dat de 10 procent vrije ruimte landelijk bezien voldoende ruimte biedt om ook de huishoudens net boven de 33 duizend euro aan een sociale huurwoning te helpen.”

 

De woordvoerder geeft toe dat er regionaal of lokaal verschillen kunnen optreden, maar dat corporaties diverse mogelijkheden om deze op te lossen. “Dat betekent dan wel dat corporaties bij de woningtoewijzing ook daadwerkelijk op inkomen moeten gaan toetsen. Meer dan 40 procent van de corporaties toetst nu helemaal niet op inkomen. Het betekent ook dat corporaties goed  moeten afwegen hoe ze de – veelal schaarse sociale huurwoningen - scherper kunnen toewijzen aan huishoudens tot 33 duizend euro Kerntaak van corporaties is ook het bieden van huisvesting aan lagere inkomens. Daarnaast kunnen corporaties hun beleid ook richten op de behoefte van de inkomens net boven de 33 duizend euro, door zo nodig meer woningen te liberaliseren. Ook kunnen ze meer woningen te koop aanbieden en de bouwproductie meer richten op de behoefte. Kortom, de inkomens boven de 33 duizend tot 38 duizend euro hoeven geen last te hebben van de EC-maatregel als corporaties hun beleid in voldoende mate bijstellen.”

 

Daarnaast wordt door de woordvoerder aangegeven dat huishoudens met inkomens lager dan 33 duizend euro in het algemeen moeilijker een woning kunnen bemachtigen. Tevens heeft deze groep relatief gezien de hoogste woonlasten. Juist deze inkomensgroep zal door EC-regel eerder aan een betaalbare woning worden geholpen, aldus de woordvoerder.

 

bron: NVM

Archief Floris Nieuws